Feb 15

Je ziet het steeds vaker. ‘Like ons en je krijgt een boek’. ‘Volg ons en maakt kans op een weekendje Ardennen’. Maar is dat nou wel de juiste manier om mensen meer te betrekken bij je merk? Is dit de juiste manier om fans op te bouwen? Volgen zij jou omdat ze echt om je organisatie geven? Of omdat er kortstondig voordeeltje te behalen valt?

Bij mij komt het vaak eerder over als een soort chantage, net zoals je dat als kind vroeger wel ‘s deed. ‘Als jij mij leuk vindt, krijg je van mij een snoepje’. Zo had ik vroeger een buurjongetje (F.) met een enorm cool mini crossmotortje. Hij zei dan: ‘Als je mijn vriendje bent, dan mag jij er ook op rijden.’ Natuurlijk ging ik voor de bijl. Ik deed alsof hij mijn allerbeste vriendje was en zat hele middagen op z’n crosser. Gemeen? Ja. Begrijpelijk? Ook wel, toch?

Mijn echte vrienden volg ik nog steeds. Omdat ik wil weten hoe het met ze gaat en wat ze bezighoudt. F. heb ik nooit echt geliked. En F. heb ik nooit meer gevolgd.  Ook F. zal inmiddels (hopelijk) wel weten dat je echte vrienden uiteindelijk niet kunt kopen.

Tagged with:
Dec 16

Oct 05

Donderdag 29 september was ik in Seats2Meet Utrecht te gast bij de Landelijke Strategiedag Verkeersveiligheid. In ‘t kort was het doel van deze dag was om samen met alle verschillende verkeersveiligheidspartners te bekijken hoe het aantal verkeersdoden- en gewonden de komende jaren verder kan worden teruggedrongen.

Society 3.0
Het was een mooi programma met dito sprekers en workshopleiders. Eén van de workshopleiders was Ronald van den Hoff, auteur van het boek Society 3.0. In een kort, boeiend verhaal, vertelde hij dat we in een nieuw tijdsgewricht leven en dringend behoefte hebben aan een nieuwe aanpak, een nieuw systeem waarin iedere organisatie en ieder individu waarde toevoegt. Internet speelt daarbij volgens hem een centrale rol en leidt meer en meer tot sociale verbindingen tussen mensen (door virtuele en sociale netwerken), tot nieuwe vormen van waardecreatie en nieuwe samenwerkingsvormen.

Er is dus een compleet nieuwe wereld ontstaan, terwijl de meeste grote organisaties nog steeds werken volgens het oude ‘industriële systeem’. Een systeem waarbij regie, sturing en macht belangrijke pijlers zijn. Met name grote organisaties hebben zichzelf, door zich vast te houden aan dit eeuwenoude systeem, helemaal vastgezet. Ze zullen, als ze niet tijdig veranderen en inspelen op de veranderingen, geen toegevoegde waarde meer hebben, overbodig worden en daardoor de boot missen.

Nieuw tijdperk, nieuwe kansen
Er zit voor die grote organisaties maar één ding op; jezelf opnieuw heruitvinden. Veel grote organisaties denken door de vele bezuinigingen en taakstellingen vooral vanuit schaarste. Die zeggen vooral wat ze door al deze factoren niet meer kunnen doen. Ook de overheid doet dat. Maar organisaties moeten inzien dat deze nieuwe periode juist heel veel nieuwe kansen biedt. Kansen in overvloed. Er ontstaat de komende tijd “een compleet nieuwe economische waardecreatie als een logisch gevolg van het beschikbaar zijn van een steeds grotere hoeveelheid informatie en kennis, tussen een steeds groter wordende verbondenheid tussen groepen van mensen, door de toenemende technologische ontwikkelingen rondom het internet” (Benkler, 2006 – artikel 134 in Society 3.0).

Dat de overheid door financiële en personele taakstellingen een hele boel dingen niet meer kan doen, is logisch. Maar bepaalde dingen zou je ook niet meer moeten willen doen, omdat anderen dat tegenwoordig beter kunnen. Zo kunnen bijv. appbouwers van door de overheid beschikbaar gestelde data (Open Data) waardevolle informatie creëren. Denk o.a. aan apps op het gebied van reizen in het OV, fileinformatie en wegwerkzaamheden. De mashup Buienradar is zo’n mooi voorbeeld.

En van bepaalde zaken zou je de verantwoordelijkheid juist meer bij de mensen moeten leggen. Mensen kunnen zelf hun buurt veiliger maken en veiliger houden. Denk bijv. aan een initiatief als www.verbeterdebuurt.nl. En dankzij Twitter vinden mensen op dezelfde dag nog hun gestolen auto terug, dankzij de sociale controle van hun volgers en hun achterban. Op deze manier heeft het voor dieven helemaal geen zin meer om een auto te stelen. Iedereen let op elkaar. Of een app die medici signaleert, waarschuwt en dirigeert als ze vlakbij een zojuist bij de meldkamer gemeld ongeval zijn. Door de app kunnen zij in heel korte tijd ergens medische hulp bieden waar dat nodig is. En juist in dit soort gevallen van leven en dood gaat het om seconden. Of een combinatie van Google Maps en data van ongevallenlocaties kan heel simpel gevaarlijke verkeerslocaties inzichtelijk maken. Die kun je vervolgens ontwijken, maar natuurlijk ook gewoon bij de gemeente op de agenda zetten.

LEGO heeft zichzelf van de ondergang gered door op tijd hun eigen klanten te betrekken door middel van crowdsourcing. De crowd (klanten, consumenten of leveranciers) kunnen online zelf hun nieuwe Lego ontwerpen en daarna bestellen. Maar ook andere klanten het kunnen bestellen, waarna de bedenker een klein deel van de omzet krijgt. Lego bespaart hierdoor bijv. op ontwikkelingskosten, personeelskosten en marketingkosten. Ze hoeven het namelijk niet zelf proberen te verkopen, want de mensen kopen hun eigen producten. Het is een groot succes; twee artikelen in de top 5 van Legospeelgoed is door 9-jarige kinderen bedacht.

Dit voorbeeld maakt duidelijk wat de voordelen van crowdsourcing zijn; kennis en ideeën opdoen, door een groot aantal vrijwillige handen sneller activiteiten laten uitvoeren en kostenbesparing. LEGO heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. En de grote waarde van crowdsourcing zit ‘m niet eens altijd in de kosten. Door hun klanten te betrekken, zijn grote, nieuwe en waardevolle bronnen van creativiteit aangeboord. IJsland mag zich sinds dit jaar het eerste land noemen dat een grondwet via crowdsourcing heeft samengesteld.

Dit nieuwe tijdperk biedt dus genoeg nieuwe mogelijkheden en kansen. Maar die moet je dan wel zien en vervolgens ontdekken. En dat betekent vaak ook loslaten en toelaten. Opnieuw bekijken hoe je als overheid met andere partijen waarde kunt toevoegen als onderdeel van een groot waardenetwerk met een enorm potentieel. En dan structuren aanbieden waarin die waardecreatie kan plaatsvinden.

Maar om te beginnen moet de overheid gaan denken in overvloed, in plaats van denken in schaarste. Dat zou al een mooi begin zijn.

Check hier de presentatie van Ronald.

Sep 23

Al 5 jaar ben ik klant van Ziggo (voorheen Casema). Ben zelfs een tevreden klant, want alles doet het over het algemeen zoals het moet doen. TV, telefonie en internet. De tijd vliegt en in de tussentijd zijn de internetsnelheden die worden aangeboden, enorm gestegen. Die zijn zelfs zo snel geworden, dat mijn oude Motorola modem dat niet meer trekt. Terwijl ik volgens mijn abonnement 40 Mb snelheid zou moeten hebben, haal ik volgens de speedtest nauwelijks 20 Mb snelheid. Tijd om contact op te nemen met Ziggo.

Bijna uit automatisme bel ik de klantenservice van Ziggo. Na 16 minuten (!) wachttijd, ik sta bijna op het punt om zelf op te hangen, krijg ik eindelijk iemand aan de lijn. Na uitleg van mijn probleem krijg ik het verlossende antwoord; ‘U moet een nieuw modem krijgen, de Motorola kan de snelheid niet aan. Het modem zal vanzelf worden vervangen‘. Op de vraag ‘Wanneer?‘ kan de betreffende medewerker geen antwoord geven. Ik vraag: ‘Kan dat een week zijn, een maand of een jaar?‘. De laatste termijn was eigenlijk meer als grap bedoeld, maar ik krijg ‘Geen idee, dat kan ik niet zeggen‘ als antwoord. Ontevreden hang ik op.

Uiteindelijk besluit ik om het er niet bij te laten zitten. Ik betaal als ‘oude klant’ nu voor 40 Mb en krijg 20 Mb, terwijl elke nieuwe klant meteen een nieuw modem krijgt en van de volle snelheid kan genieten. Ik voel een soort van onrecht. Ik besluit via ‘Mijn Ziggo’, een online service waarmee je je persoonsgegevens, e-mailaccounts, facturen en abonnementsinstellingen kunt beheren, een mail te sturen aan de klantenservice met mededeling dat ik toch graag z.s.m. mijn nieuwe modem ontvang. Na 8 dagen (!) heb ik echter nog steeds geen reactie. En nu?

Als laatste redmiddel tweet ik ‘s avonds laat het volgende:

Binnen een paar minuten krijg ik een reactie van @Ziggowebcare. Of ik via een DM mijn klantnummer wil doorgeven, dan zouden ze het uitzoeken. Na dit gedaan te hebben, duik ik m’n bed in met toch een tevreden gevoel dat ik me (tot zover) geholpen voel. En dat op dat tijdstip!

De volgende ochtend wordt het nog beter. Ik krijg meteen de volgende tweet van @Ziggowebcare:

Wat een snelheid. ‘s Avonds laat gemeld, bed ingedoken en de volgende ochtend blijkt er actie te zijn ondernomen en krijg ik de melding dat ik binnen 16 dagen alsnog de modem ontvang. Blij tweet ik nog even dat ik tevreden ben en ook daar krijg ik weer meteen antwoord op:

Kortom:
Ziggo is een goed voorbeeld van hoe webcare kan worden ingezet. Snel, correct, klantvriendelijk, persoonlijk (je kunt checken door de toevoeging ^+initialen wie je hebt ‘gesproken’) en ze zijn gericht op actie. Ze luisteren, checken intern en geven meteen terugkoppeling. En bieden een oplossing (iets waarvan ik nog wel even moet afwachten of het ook daadwerkelijk gebeurt). En ze zijn nagenoeg 24/7 bereikbaar.

Ziggo’s webcare performance staat helaas nog in schril contrast met haar andere ‘ouderwetse’ klantcontactkanalen zoals telefoon en mail. Eigenlijk vreemd, dat je binnen 1 organisatie te maken krijgt met zo’n verschil in performance en klantvriendelijkheid tussen klantkanalen. Maar door mijn ervaring met de webcare-afdeling houd ik er toch een goed gevoel aan over. Ik weet in ieder geval welk kanaal ik de volgende keer als eerste benader.

Update 7 oktober: Stop de tijd! Tijd gehaald. Modem is binnen en werkt als een tierelier.

Tagged with:
Aug 29

Social media heeft de wereld waarin wij werken, socializen en regeren, veranderd. Van overheden wordt verwacht dat ze participeren, transparant werken en verantwoording afleggen. Ondertussen worden deze overheden geconfronteerd met de grootste bezuinigingen sinds tijden en wordt hen gevraagd om méér te doen met minder, terwijl de eisen van de inwoners alleen maar blijven stijgen. Hogere verwachtingen in combinatie met drastisch minder middelen, vragen om innovatie; een nieuwe set tools is nodig om deze uitdaging aan te gaan.

In het document ‘Local by social: How local authorities can use social media to achieve more for less‘ wordt beschreven hoe lokale overheden sociale media kunnen gebruiken om meer te bereiken met minder. Daarnaast benadrukt het document de risico’s voor overheden als zij niet tijdig aanhaken op de huidige technologische vooruitgang van de sociale media en de mensen die er gebruik van maken.

Auteur van dit document is Andy Gibson, in opdracht van The Improvement and Development Agency (IDeA) en NESTA.

Download ‘Local by Social’ (pdf, 48 pagina’s, 367 Kb)

Bron: http://www.idea.gov.uk

 

Jun 01

Minister Schippers schrapt de landelijke campagnes die het gebruik van alcohol, drugs, tabak en ongezond eten ontmoedigen. De minister hoopt zo zo’n anderhalf miljoen euro te besparen. Volgens de minister zijn de spotjes niet effectief, betuttelend en wil ze juist ‘verleiden’. Maar een belangrijke vraag is: ‘Wat is een campagne?’ Is dat een losstaand tv- en radiospotje dat je 6 weken uitzendt? Zo ja, dan kun je wel op je klompen aanvoelen dat je daar geen baanbrekende, langdurige resultaten mee gaat behalen.

Zoek de juiste partners
Het grootste probleem is dat de gemiddelde PB51-campagne maar 1 of (max.) twee jaar (6 weken) loopt en zich daarnaast beperkt tot massamediale inzet. Maar het is juist belangrijk om allianties aan te gaan en elke campagne goed te bekijken wie jouw (maatschappelijke en commerciële) partners en relevante decentrale overheden zijn (die allemaal dat gezamenlijke belang hebben), waarmee je de boodschap ook op lokaal niveau (1-op-1) onder de aandacht kunt brengen en direct op gedrag kunt sturen. Dat kan zelfs gerichte handhaving zijn (verkeersregels, rookverbod, etc.), ook dat kan mede bijdragen aan het gewenste gedrag. Dan kunnen massamedia bijdragen aan awareness, maar bijv. ook bestaand, goed gedrag bevestigen. Want als het goed gaat, is het verstandig om de mensen eraan te blijven herinneren dat ze het goed doen en hen te complimenteren daarmee. Grote merken doen niet anders.

Bob-campagne als voorbeeld
De Bob-campagne doet dit ook; het communiceert op massamedia op een humoristische wijze de algemene campagneboodschap en laat altijd het gewenste gedrag zien (een nuchter iemand die de Bob is). Maar tegelijkertijd spreken we met de politie af dat ze na de start van de PB-51 campagne intensiever gaan controleren op alcohol. En daarover communiceren zij ook. En VVN en Team Alert gaan dan de kroegen in met blaasapparatuur en beloningsgadgets om die echte Bob’s te belonen en met de mensen in gesprek te gaan. En met de koepelorganisatie van de brouwers (CBK) spreken we af dat de horeca in diezelfde periode speciale Bob-viltjes op alle bars en discotheken in Nederland legt. En tijdens de campagneperiode plaatsen alle gemeenten de campagneposter op hun eigen outdoornetwerk langs de kant van de weg. Op die manier is de campagne dus in de haarvaten van de samenwerking zichtbaar en aanwezig dankzij een netwerkaanpak van allemaal partijen met een gezamenlijk belang.

Het succes van de netwerkaanpak
Voor elk campagnethema kun je diezelfde (succesvolle) aanpak hanteren. Een campagne over veilig internetten kun je denk ik niet succesvol voeren zonder de ICT- en softwarebranche en de detailhandel. Natuurlijk hebben merken van virusscanners en computerwinkels vooral een commercieel belang, maar uiteindelijk toch hetzelfde maatschappelijke belang als de overheid (burgers die veilig over het internet kunnen surfen). Waarom dan niet de handen ineen slaan en zorgen dat burgers bijv. door een flinke financiële prikkel massaal virusscanners kopen? Of in de winkels tijdelijk gratis workshops “Veilig surfen” kunnen volgen? Dat geldt ook voor gezondheidscampagnes; ga allianties aan met relevante actoren in de gezondheids- en foodsector en gemeenten, scholen en sportclubs. Dat vraagt om het zorgvuldig opbouwen van een goed netwerk van relevante partijen rond elk thema. Dat kost veel tijd, maar als je dat eenmaal hebt staan, kun je daar altijd weer op voortborduren. De overheid moet nou eens af van het idee dat maatschappelijke problemen enkel het probleem van de overheid zijn.

Conclusie
Een PB51-campagne kan best succesvol zijn, echter als onderdeel van een bredere netwerkaanpak. Een campagne is dus véél meer dan een spotje. En het vraagt om een lange adem. De Bob-campagne bestaat in januari 2012 tien jaar, is nog steeds relevant en -in tegenstelling wat nu wordt beweerd over PB51-campagnes- nog steeds effectief. En dat is een verdienste van alle netwerkpartners.

May 31

Leuk voor op de muur. Klik erop voor een grotere versie. Of klik hier.

Tagged with:
May 26

Naar een oud, chinees gezegde…


Leuk voor op de muur. Klik erop voor een grotere versie. Of klik hier.

Tagged with:
May 13

De VGN, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, heeft een nieuwe modelrichtlijn social media opgesteld. De richtlijn springt in op de kansen die het gebruik van sociale netwerken als Hyves, Facebook en Twitter door organisaties biedt, maar heeft ook als doel de risico’s voor de instelling van dit gebruik te beperken.

Ze hebben zich daarbij stevig laten inspireren door de richtlijnen van TNT waarover ik eerder blogde. Inhoudelijk en qua vormgeving. En terecht, waarom ook niet? Beter iets goed gepikt, dan slecht bedacht. Toch?

VGN Social Media Guidelines 1 1

May 04

De bekende zin zwerft nog steeds door vele bedrijfspanden: “We moeten wat met social media.” Als je dan doorvraagt waaróm, lijkt het antwoord bijna altijd te zijn: “Omdat iedereen dat roept!”. Maar hoe leg je nou heel kort aan die argwanende collega’s uit dat het nu ook echt tijd is om ermee aan de slag te gaan? Ok, toch een kleine poging dan.

Delen, een basisbehoefte
Met de opkomst van social media is de maatschappij aan het veranderen. Al sinds mensenheugenis zoeken mensen elkaar op en delen ze informatie met elkaar. Dat is nou eenmaal een basisbehoefte van sociale wezens. Waar deze interpersoonlijke offline communicatie zich destijds beperkte tot de eigen familie, de bekenden op de hoek van de straat, de buren bij de balie van de plaatselijke bakker of de collega’s bij het koffieapparaat op het werk, zoeken mensen elkaar tegenwoordig ook op het internet op. Dat kunnen bekenden zijn in sociale netwerken als Hyves en Facebook, maar ook totaal onbekenden. Zo kun je op Twitter mensen vinden en volgen die dezelfde interesses hebben als jij. Het zijn tegenwoordig dus niet alleen jouw familieleden of vrienden die jou kunnen adviseren (of afraden) om een bepaald product te kopen, maar ook onbekende ervaringsdeskundigen die de moeite nemen om een statusupdate te plaatsen met een ervaring en/of mening of een reactie of een aanbeveling (‘review’) op een relevante website te plaatsen. En uit onderzoek blijkt dat deze ‘word-of-mouth’ (mond-op-mond reclame) zelfs de meest betrouwbare vorm van reclame is.

Youp en Zoover
T-Mobile kan er inmiddels over meepraten en heeft ervaren wat het betekent als een bekende Nederlander als Youp van het Hek een negatieve reactie over T-Mobile plaatst op Twitter. T-Mobile negeerde zijn tweets, zijn volgers gingen er vervolgens mee aan de haal en verspreidden de tweets massaal en deze werden vervolgens weer opgepikt door traditionele media. Het resulteerde uiteindelijk in heel veel (negatieve) media-aandacht en een behoorlijke imagoschade. [Meer]

Een ander mooi voorbeeld is de website www.zoover.nl, waar mensen hun positieve en negatieve ervaringen met hun vakantiebestemmingen met elkaar delen. Voordat ik een bepaalde camping boek, check ik daar altijd de reviews en laat ik mijn keuze hier mede van afhangen. Check de aanbevelingen van dit voorbeeld (gemiddelde waardering 9,2 en 183 reviews) en je bent om, mocht je nog twijfelen over deze vakantiebestemming. Inmiddels schieten de vergelijkingssites uit de grond en kun je voor alle denkbare producten meningen van ervaringsdeskundigen lezen.

Door sociale media hebben alle conversaties en meningen van mensen over merken, organisaties en producten niet enkel meer het lokale podium van het verjaardagsfeestje. Ze hebben in potentie het bereik gekregen van traditionele massamedia. Want er vindt steeds meer kruisbestuiving tussen media plaats; wat offline gebeurt, wordt online gedeeld en kan weer worden opgepikt in de traditionele media. Alhoewel volgens Ruigrok Netpanel de explosieve stijging van het gebruik eruit is, kunnen we tegenwoordig niet meer om social media heen. They are here to stay.

Communicatievak op z’n kop
Omdat social media invloed hebben op de manier hoe mensen met elkaar communiceren, hebben ze ook invloed op de manier hoe organisaties (moeten gaan) communiceren met mensen. Organisaties hebben niet meer het alleenrecht om eenzijdig hun boodschappen te zenden via traditionele massamedia, mensen hebben nu ook hun ‘eigen podium’: social media. En mensen willen niet alleen maar zenden, ze willen communiceren, interacteren en betrokken worden. Net als vroeger eigenlijk. Dit alles heeft het communicatievak op z’n kop gezet.

Eigenlijk zijn we weer terug bij het begin, de tijd waarin intermenselijke communicatie gewoon normaal was. Een tijd waarin mensen dus niet alleen maar eenzijdige boodschappen door de strot geduwd willen krijgen, maar willen praten met elkaar, maar ook met organisaties. Zowel offline (daarin is dus nog steeds niets veranderd), maar nu ook online. Echter, het grote verschil tussen de offline- en online conversaties, is dat het bereik van de online conversaties vele malen groter is en zelfs kan overwaaien naar de traditionele media. En alle online conversaties zijn in principe voor eeuwig vastgelegd. Als organisatie heb je dus niet meer de regie over de communicatie over jouw organisatie. Hoe ga je daar nou als organisatie en communicatieafdeling mee om als je dat niet gewend bent?

Begin!
Het is nu aan de (communicatie)professionals op de werkvloer om hun collega’s en bazen meenemen in deze (voor hen nieuwe) wereld. Want dergelijke innovaties beginnen niet bij draagvlak bij de top, die beginnen op de werkvloer. Blijf als professional daarom aangehaakt op de laatste ontwikkelingen; lees de relevante blogs, volg relevante cursussen, ga naar congressen waar succesvolle pioniers hun ervaringen delen. Praat met collega’s en directe leidinggevenden waar de kansen zouden kunnen liggen. Wat je ermee zou willen bereiken. Wat de eerste quick wins zouden kunnen zijn. En ga dan met elkaar aan de slag. Met kleine experimenten die kunnen werken voor jouw organisatie. En kijk daarbij niet alleen naar wat anderen doen met social media, dat kan namelijk niet worden gestandaardiseerd. Kijk vooral wat je er zelf mee kunt (Nils Andres, zie vorige blog). Begin eerst met luisteren, weet hoe men over je praat. En ga pas de interactie aan als je daar als organisatie aan toe bent. En deel dan die succesvolle experimenten met de rest en laat al die argwanende collega’s en bazen de toegevoegde waarde voor de organisatie zien.

Deze kleine stapjes zullen uiteindelijk het begin zijn van een groot (veranderings)proces. De rest komt als het goed is dan vanzelf. Want vergeet niet: sociaal zijn is altijd nog wat anders dan sociaal doen.

preload preload preload